6 sep

OSB-weekend Essen 2010

Hier vindt u een verslagje van het weekend van de hand van Nic Peeters.  Foto's onderdaan deze pagina!

 

OSB-WEEKEND 2010  

 Kultur,Trinken und… Essen  

 

Het Duitse Essen is in 2010, samen met het Hongaarse Pécs en het Turkse Istanbul, de culturele hoofdstad van Europa. Eens het brandpunt van de steenkool- en staalindustrie heeft deze 6de grootste stad van de Bondsrepubliek (bijna 600.000 inwoners) zich de laatste jaren immers omgetoverd tot culturele metropolis. Uiteraard kon de OSB als cultuurminnende organisatie dit niet ongemerkt laten voorbijgaan. Dana Huygh en Raymonda Verdyck stippelden daarom een route in Essen en omgeving uit die ons van vrijdag 18 tot zondag 20 juni op een aantal zeer interessantste plekken in het Ruhrgebied en het Rijnland bracht. De twee dames hadden daarnaast ook veel aandacht besteed aan het culinaire aspect van onze exploratie. Regelmatig ging dit feest voor de geest dan ook over in een feest voor de inwendige mens en dat steeds op met zorg uitgekozen locaties. 

 

Dit was mijn allereerste OSB-weekend. Hoewel ik niemand van mijn reisgezellen eerder ontmoet had, voelde ik mij tijdens het verzorgde diner op vrijdagavond al na enkele minuten in de groep opgenomen. Eens te meer ondervond ik dat (ex-)VUB’ers van eender welke generatie of geografische herkomst toch altijd prima bij elkaar passen. De sfeer was dan ook vanaf die eerste avond opperbest en zelfs uitgelaten.

Zaterdagvoormiddag bezochten wij de Villa Hügel, eens de riante woning van de gefortuneerde familie Krüpp. Deze dynastie van staalbaronnen stond model voor de familie Essenbeck in Luchino Visconti’s film The Damned (La caduta degli dei) (1969). Er waren twee doorlopende tentoonstellingen over de industriële geschiedenis van de familie Krüpp. Sinds 1984 herbergt het gebouw eveneens de ‘Kulturstiftung Ruhr’ die er belangrijke tijdelijke tentoonstellingen organiseert. Tot onze blijde verrassing werd in de villa ook een uitgebreide verzameling Belgische wandtapijten geëxposeerd. Vooral een uitstekend bewaarde reeks over de Zeven Vrije Kunsten naar ontwerp van de Antwerpenaar Cornelis Schut (1597-1655) en geweven in Brugge trok de aandacht door haar ongewone voorstellingen.

Na de lunch in een Grieks restaurant kregen we een geleid bezoek aan Essen van een authentieke Française. Dat bracht ons naar de vroeggotische Dom – met o.a. een verbazend realistische gouden Madonna uit de 10de eeuw, de oudste driedimensionale Mariafiguur ten noorden van de Alpen – en het 22 verdiepingen tellende ‘Rathaus’ waar een aantal van ons het waagden om op het dak te genieten van een duizeligmakend, maar prachtig uitzicht over de omgeving.

De rondleiding eindigde in het kolkende centrum van Essen. Daar bleek een soort jaarlijks ‘Weekend van de Gourmet’ – ik kon de correcte naam van het evenement niet achterhalen – in volle gang. Doorheen de canyons van functionele hoogbouw stonden tentjes opgesteld waar je allerlei lekkers kon degusteren. We genoten van verse oesters, witte wijn en een flink stuk aardbeigebak met slagroom terwijl een als keukenpersoneel uitgedoste fanfare het geheel met de onmisbare hoempaklanken omkaderde.

De zondagmorgen bracht ons nog een stap dichter bij het industriële verleden van het Ruhrgebied: we maakten een geleide wandeling door het voormalige koolmijncomplex Zollverein. Enig klim- en springwerk onder toezicht van een ervaren gids was nodig om de installaties goed te bezichtigen, maar het bleek de moeite waard. We kregen een uitstekende impressie van hoe men destijds de ruwe steenkool tot ‘cokes’ verwerkte. Hoewel het enorme complex nu een cultureel centrum is, waren de overweldigende installaties en hoekige gebouwen (ontworpen door Fritz Schupp tijdens de twintiger en vijftiger jaren van de vorige eeuw) nog steeds in staat ons de indruk te geven dat we in de film Metropolis van Fritz Lang ronddwaalden.

Als lunch stond een gevarieerd aspergebuffet klaar in restaurant Lüttelforster Mühle, een watermolenhuis uit 1768 gelegen in het schilderachtige Schwalmtal. Het viel mij op dat de asperges in dit deel van de wereld vele maten groter zijn dan in België. Niettemin slaagde onze groep erin ze allemaal te verorberen tussen de eveneens gesmaakte impromptu heildronken van enkele eloquente OSB-leden door.

 

‘s Namiddags bezochten we de nabijgelegen stad Mönchengladbach, thuishaven van één der meest architectonisch opvallende musea in de hele wereld. Het Städtisches Museum Abteiberg (1972-82), een creatie van de Oostenrijker Hans Hollein, is met zijn vele citaten uit de architectuurgeschiedenis – o.a. industrieel, klassiek en zelfs Egyptisch – een hoogtepunt van postmodern design. Volgens onze gids herbergt Mönchengladbach naast dit bouwkundige juweel ook nog eens meer feestverenigingen dan eender welke stad in Duitsland. Ze nodigde ons zelfs uit om volgend carnaval samen met hen te komen ‘feiern’.

 

 

 

We besloten om onze verkenning van het Ruhrgebied en omstreken te beëindigen met een drink in het oudste etablissement van de stad. Ook daarvan ontsnapt mij de naam, maar ik herinner me nog wél dat we er het ‘Kölsch’ bier ontdekten: in de Bondsrepubliek vooral gewaardeerd om zijn typische smaak die minder bitter is dan een gewone Duitse pils. De avond viel en dwong ons om stilaan over een terugkeer naar België te denken. Ondertussen was de sfeer zo ‘gemütlich’ geworden dat ik mij voelde alsof ik mijn reisgezellen al jaren kende. Automatisch hoorde ik in gedachten Reinhard Mey zingen: ‘Gute Nacht Freunde, es wird Zeit für mich zu gehn. Was ich noch zu sagen hätte, dauert eine Zigarette und ein letztes Glas im Stehn.’

 

 

Nic Peeters

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

  Nieuwe foto's van Andreas Van Daele: